Wat een avond uit kost in 2026: restaurant, bioscoop, theater en thuisvermaak naast elkaar

Een avond uit is de afgelopen jaren flink duurder geworden. De horecaprijzen stegen sneller dan de gemiddelde inflatie, en ook kaartjes voor film en theater gingen omhoog. Wie een vast bedrag per maand aan vrije tijd uitgeeft, krijgt daar minder avonden voor terug. Dit overzicht zet de gangbare richtprijzen op een rij.
Uit eten
Het restaurant is de grootste kostenpost. Een driegangenmenu in een gewoon restaurant kost in de meeste steden tussen de 40 en 50 euro per persoon, zonder drank. Met twee glazen wijn en koffie zit een stel al snel rond de 130 euro. In de Randstad ligt dat hoger. In kleinere plaatsen iets lager.
Besparen kan door doordeweeks te gaan. Veel zaken hebben op maandag tot en met woensdag een vast keuzemenu voor een lagere prijs. Lunchen is een ander alternatief. Dezelfde keuken, dezelfde kok, vaak een derde goedkoper.
Film, theater en concert
Een bioscoopkaartje kost afhankelijk van de zaal en het tijdstip ongeveer 12 tot 16 euro. Popcorn en frisdrank verdubbelen dat bedrag gemakkelijk. Theater en cabaret zijn duurder, en een groot popconcert valt in een andere categorie. De richtprijzen per persoon:
- Bioscoop: 12 tot 16 euro, met toeslag voor luxe stoelen of 3D.
- Theater of cabaret in een schouwburg: 25 tot 45 euro.
- Concert in een poppodium: 20 tot 40 euro.
- Stadionconcert van een internationale artiest: vaak ruim boven de 100 euro.
- Museum: 15 tot 25 euro zonder Museumkaart.
De kosten die je vergeet
Parkeren, vervoer en een drankje vooraf staan niet op het kaartje. In de centra van de grote steden betaal je 5 tot 7,50 euro per uur voor een parkeerplek op straat. Een garage is 's avonds meestal goedkoper. Een treinretour tussen twee steden kost al snel 20 euro per persoon. Wie een oppas nodig heeft, telt daar nog eens 30 tot 40 euro bij op.
Alles bij elkaar is een avond met eten en een voorstelling voor twee personen zelden goedkoper dan 200 euro. Dat verklaart waarom steeds meer mensen de avond splitsen. Uit eten de ene week. Film de andere.
Thuisvermaak als vaste post
Streamingdiensten kosten tussen de 8 en 18 euro per maand, afhankelijk van het abonnement en de beeldkwaliteit. Wie er drie heeft, betaalt ruim 400 euro per jaar. Gameconsoles en losse spellen komen daar bovenop. Per avond gerekend blijft thuis veel goedkoper dan de stad, mits je de abonnementen ook gebruikt.
Kansspelen vormen een aparte categorie, omdat de prijs niet vastligt. Bij een casino online bepaal je zelf de inzet, en die begint bij de meeste gokkasten bij tien of twintig cent per draai. Een avond kan dus vijf euro kosten of vijftig. Dat hangt volledig af van de grens die je jezelf oplegt.
Zo reken je kansspelen eerlijk mee
Behandel de inzet als de prijs van een kaartje. Het geld is uitgegeven op het moment dat je het stort. Wat terugkomt, is meegenomen. Wie zo rekent, kan online gokken vergelijken met andere vormen van vermaak: twintig euro voor een uur spelen staat dan naast vijftien euro voor twee uur film.
Het uitbetalingspercentage van een spel zegt iets over de lange termijn, niet over één avond. Een gokkast die gemiddeld 96 procent uitkeert, doet dat over miljoenen draaien. Op een enkele avond kan de uitkomst alle kanten op. Stel daarom in je account een stortingslimiet in. Aanbieders met een Nederlandse vergunning zijn verplicht die mogelijkheid te bieden.
Een maandbudget dat klopt
Het Nibud raadt aan vrije tijd als vaste post in de begroting op te nemen. Kies een bedrag per maand en verdeel dat over de dingen die je het leukst vindt. Een voorbeeld voor een stel met 250 euro: één keer uit eten, één keer naar de film, twee streamingdiensten en dertig euro voor de rest. Blijft er aan het einde van de maand iets over, dan schuift het door.
Prijzen vergelijken loont ook bij uitgaan. Vroegboekkorting, doordeweekse tarieven en een Museumkaart schelen tientallen euro's per maand. De duurste avond is zelden de beste. De avond waarvan je vooraf weet wat hij kost, bevalt meestal het best.